Читать книгу: «De Biezenstekker»
Cyriel Buysse
De Biezenstekker

Gepubliceerd door Good Press, 2022
EAN 4064066402075
Inhoudsopgave
BIBLIOTHEEK
NEDERLANDSCHE LETTEREN
CYRIEL BUYSSE
DE BIEZENSTEKKER
CYRIEL BUYSSE
DE BIEZENSTEKKER
BIBLIOTHEEK
NEDERLANDSCHE LETTEREN
LECTUUR VOOR IEDEREEN
ZIJN VERSCHENEN
BIBLIOTHEEK
Inhoudsopgave
VAN
NEDERLANDSCHE LETTEREN
Inhoudsopgave
ONDER BESTUUR VAN POL DE MONT
CYRIEL BUYSSE
Inhoudsopgave
DE BIEZENSTEKKER
Inhoudsopgave
«Kent uw spraak en heel haar overvloed?»
BILDERDIJK.
«Met de tale gaat het vaderland
«verloren!»
F. DE CORT.
GENT ALGEMEENE BOEKHANDEL VAN AD. HOSTE, Uitgever Veldstraat, 47 1894
Buitenzijde van voorplat

Te verkrijgen bij den uitgever der «Bibliotheek van Nederlandsche Letteren»:
POL DE MONT
Gedichten, bekroond met den 5jaarl. prijs (1875-1880), in-16°................ fr. 3 00 Lentesotternijen, met een gedicht van KI. Groth, portret en fac-simile van den schrijver ............................................. » 2 00 Loreley, liederen en gedichten; gekart. 3 fr., ingenaaid ..................... » 2 00 Idyllen ...................................................................... » 2 55 Idyllen en andere Gedichten .................................................. » 3 25 Fladderende Vlinders. met drie koperetsen .................................. gld. 3 75 In Noord en Zuid, nieuwe idyllen en andere gedichten ....................... gld. 2 90 Hendrik Conscience, zijn leven en zijne werken, met 2 autografen en 2 portretten ....................................................................... fr. 1 25 Jan van Beers, zijn leven en zijne werken, met portret ............ (40 cents) » 0 85 Peter Benoit, met portret .........................................(40 cents) » 0 85 Losse Schetsen uit de letterkundige Geschiedenis van onzen Tijd; deel I, Duitschland, fr. 2,50; deel II,Frankrijk en Provence, fr. 4,00; deel III, Nederland ................................................................. » 3 50 Op mijn Dorpken, korte vertellingen in proza, met een ets .................... » 2 75 Claribella, met twee heliotypieën van Fern. Khnopff en Jef Leempoels, VIII + 224 bl groot-4° .............................................................. » 8 00
ALBRECHT RODENBACH
Gudrun, drama in 5 bedrijven en in verzen, met een inleiding ........................................................................... » 2 00 Al de Gedichten van-- ........................................................ » 2 50
VIRGINIE LOVELING
Drie Novellen ................................................................ » 1 60 Het Hoofd van 't Huis ........................................................ » 3 25 Sophie. 2 deelen, met platen van Fr. van Kuyck, Volksuitgave ................. » 3 00 Gedichten van R. en V. Loveling, met pl ...................................... » 1 50 Novellen id. met pl .......................................................... » 1 50 Nieuwe novellen id. met pl ................................................... » 1 60
Binnenzijde van voorplat
[Nota's van de bewerker staan na de tekst - klik hier.]
CYRIEL BUYSSE
Inhoudsopgave
Een der allerjongsten onder de beoefenaars der Nederlandsche proza, doch van heden af een der meest belovenden. Buysse behoort tot die kloeke, echt Vlaamsche familie der Lovelings, waaruit ook de gezusters R. en V. Loveling, des schrijvers tanten van moeders zijde, gesproten zijn. Ofschoon van zijn hand tot heden toe slechts éen verhaal in boekvorm het licht zag, heeft Buysse toch reeds een niet licht te dragen bagage. In tal van Noord-en Zuidnederlandsche tijdschriften zijn de proeven van zijn talent verspreid. In het Nederl. Museum gaf hij Broeder en Zuster, Guusje en Zieneken, Twee Herinneringen uit Amerika, Een Amerikaansche Verkiezing, Mishawaka, Iets over de Godsdiensten in Noord-Amerika, Twee Beesten en De Pokken; in Goeverneur's Oude Huisvriend verschenen: Op den Senegal, Beter laat dan nooit, Een Verzoening, Hongerlijder; in Nederland werden opgenomen Een Philippe en De Dood van Ieperen; in Elsevier's geïllustreerd Maandschrift de schetsen Schrik en Oproer aan Boord; in De Gids de novelle Een Levensdroom; in Warendorf's Novellen-Bibliotheek een verhaal, Het huwelijk van Neef Perseijn; in Zingende Vogels een kleine studie, Gampelaarken, en eindelijk, in Van Nu en Straks, waarvan hij een der medestichters is, Moeder.
De Biezenstekker, de novelle die onder dit omslag nu het eerst afzonderlijk het licht ziet, verscheen in De nieuwe Gids van Juli 1890.
Buysse's literaire aanleg lijkt, geheel in overeenkomst met zijn volbloedig, ongemeen sterk lichaamsgestel, een vlakaf realistische. Ook zonder den invloed van E. Zola, op vele plaatsen zichtbaar in zijn werken, hadde hij zich ongetwijfeld tot een krachtig konterfeiten van bij voorkeur brutale personages, tot een stout schilder van tooneelen van hoogopgevoerde hartstocht, ontwikkeld. Met luttel eerbeid voor gekuischte taal en sober-teekenachtigen stijl, legt hij aan den dag een ongemeen talent van koloriet: hij werkt niet met vlakke, effen tonen, maar met losse toetsen en snelle vegen als het ware, en weet treffend te zeggen, wat hij overigens heel goed heeft gezien. Vooral in het volksleven uit de omstreken van Gent voelt hij zich te huis. Zijn schetsen, Twee Beesten, De Biezenstekker en meer dan éen tafereel uit zijn roman Het Recht van den Sterkste hebben blijvende waarde.
Buysse werd geboren in Nevele den 21n September 1859.
Hij studeerde aan het Kon. Athenaeum van Gent en ondernam verscheidene reizen naar en door Amerika.
Hij behoort tot de beste krachten in Noord en Zuid!
[De auteur van de inleiding wordt niet vermeld.]
DE BIEZENSTEKKER
Inhoudsopgave
Als Cloet dien zaterdag namiddag om vier ure juist, de zware hekkens van het Gentsch gevang zag opengaan en eensklaps, na een tiental schreden, weêr in vrijheid was; trok hij haastig, door het daglicht verblind en reeds aan eenzaamheid en duisternis gewend, de breede kassei dwars over en verdiepte zich in de kronkelende hovingen, die daar, aan de overzijde van het stadsgevang, de gansche lengte der eenzame, regelrechte laan begrenzen. Het was een groote, kloeke kerel van rond de vijf en veertig, met grijzende knevel en haren, met forsig afgeteekende wezenstrekken, met stijven, onheilspellenden oogopslag. Tien maanden was hij daar opgesloten geweest. Eene messteek, in een gevecht aan eenen makker toegebracht, had de vervolgingen der Wet op hem getrokken. Een ogenblik had hij gehoopt op vrijspraak; maar een gebuur--Rosse Tjeef had bezwarend tegen hem getuigd--en hij was eindelijk veroordeeld geworden. Dat was nu ook de vierde maal dat hij in het gevang gezeten had, telkens voor vechten.
Somber, zonder den minsten zweem van vreugd op het gelaat, stapte hij steeds rasser en met hooge schouders, in de mistige winterlucht vooruit. Hij droeg een klein, in een rood zakdoek omwonden pakje aan de linkerhand; in de rechter hield hij zijnen gaanstok. Hij had eene donkerkleurige broek aan; grove schoenen met nagels; een blauwen kiel; een zwarte pet.
Aan het uiteinde der hovingen gekomen draaide hij links om en sloeg, doorheen de woelende en reeds verlichte voorstad, den eenzamen steenweg naar Wilde in.
Gedurende ruim een half uur ging hij aldus met wijden tred vooruit. De avond was van lieverlede gansch gevallen en langsheen de pijlrechte, met boomen omzoomde baan die hij thans door het veld volgde, blonken hier en daar, op groote afstanden, eenzame lichten. Vóór een dezer hield hij stil. Dáár stond, terzijde van den weg, een klein, landelijk herbergje. Zonder aarzelen, als van zelf, trok hij er binnen.
«Een druppel», bestelde hij kortaf, zijn vijfcentstuk klinkend op de schenktafel werpend. En, terwijl een jong meisje, spoedig rechtgestaan, hem bediende, keek hij schuins, met zijn vorschenden blik, naar 't vergaderd gezelschap: drie mannen en eene vrouw, die op stoelen rond een tafeltje gezeten, met de kaart speelden.
Hij ledigde zijn glas in ééne teug, mompelde iets binnensmonds als groet, opende de voordeur en vertrok. En eerst toen hij een tiental schreden ver was dacht hij aan den datum der maand en dat die lieden, al-licht in familie, Driekoningenavond vierden. Deze gedachte, die hem schielijk zijn eigen gezin voor oogen tooverde, ontrukte hem een doffen vloek en deed opnieuw, terwijl hij nog den stap verhaastte, eene vruchteloos verjaagde foltering in hem opwellen.
Gedurende de drie jongste maanden had zijne vrouw hem in 't gevang niet eenmaal meer bezocht. Waarom? Dàt wist hij niet. Hij had doen schrijven en geen antwoord ontvangen. Hij had aan andere bezoekers van zijn dorp, welke hij kende, naar heur gevraagd en deze hadden hem ontwijkend en met een zonderlingen glimlach, scheen het hem, gezegd dat het er goed, heel goed meê ging. Wat school daarachter! Wat had zulks te beduiden! Lang had hij alle mogelijke oorzaken nauwkeurig onderzocht; hij kon tot geen besluit geraken. Maar eens was hem, als een schicht, een argwaan door het brein gevlogen. Zou ze misschien...... in zijne afwezigheid...... met een ander...... O, hij dorst zijne veronderstelling niet voltooien, zóó vreeselijk voelde hij dan zijn hart van wraaklust kloppen, zóó helsch vlamden zijn oogen, zoo forsch krompen zijn handen, als klauwen ineen.
Wat er van was zou hij eindelijk weten. Vóór anderhalf uur was hij thuis, vóór anderhalf uur zou hij hooren en zien. En rasser nog, en rasser, als hadde hij de ruimte willen verslinden, stapte hij door.
Hij kwam in een klein dorpje: Keuze: Gejoel en zang weêrklonken in de huizen; een geur van versch gebakken pannekoeken walmde bij tusschenpoozen in de koude lucht en langs de donkere, bochtige straatjes gingen arme kinderen, van deur tot deur, met fijne stemmetjes hun liedje zingend:
»'t Is van avond Driekoningenavond En 't is morgen Driekoningendag,»
Somber stapte Cloet steeds voort. Die vreugd vergramde hem, die fijne reuk van versch gebak, waarvan hij zijn deel niet zou hebben, folterde zijne maag van uitgehongerden gevangene; en, aan den ommekeer van 't dorpje, op 't oogenblik van de kassei te verlaten om den landweg door de velden in te slaan, hield hij weêrom stil en trad nogmaals, als werktuigelijk, de deur der aldaar gevestigde herberg binnen.
«Een druppel...... Evenals in de eerste afspanning wierp hij zijn muntstuk klinkend op de schenktafel en werd hij door de vrouw, die haar kaartspel had gestaakt, met ontzagvolle beleefdheid gediend. De drank, ditmaal, bracht hem een warmte aan het hart en, in stede van zijn ledig glas terug te zetten, keek hij strak naar de flesch en zei, na eene korte aarzeling, de hand vooruitgestoken:
Бесплатный фрагмент закончился.
