Читать книгу: «Al de Kinderliederen»
J. P. Heije
Al de Kinderliederen

Gepubliceerd door Good Press, 2022
EAN 4064066313289
Inhoudsopgave
I.
II.
III.
IV.
V.
I.
Dageraad.
Morgenlied.
Weddenschap.
Zons-opgang.
Winterkoning.
Schoolexamen.
Voorjaarsdag.
Voorjaarskoelte.
Van zeven kikkertjes.
Lentelied.
Meimaand.
Mei-regen.
Groen takje.
Onkruid.
Bloemkweeken.
Klimop.
Appelboom.
Grazen.
Kersentijd.
Kersenplukken.
Vogelnestje.
Jonge vogeltjes.
Vogelen-lied.
Duifje.
Roodborstje.
Nachtegaal.
In ’t bosch.
Wensch.
Honigbijen.
’t Verdwaalde lam.
De herder.
Kleeding.
Geärmd.
De kleine bedelaarster.
Van glas.
Nemen en geven.
Vlieger oplaten.
Blindemannetje.
Onze manieren.
Voor de smidse.
Haasje.
’t Jagertje.
October.
Sint-Nicolaas.
Sneeuwballen.
Winteravond.
Naar bed.
Maneschijn.
Avondbede.
Engelen.
II.
Ochtenddank.
Zondag-morgen.
Meesters verjaardag.
Des morgens vroeg.
Naar school.
Kis-kassen.
Klein zusje.
Stukjes-draaijen.
Opgepast.
Kerk-examen.
Nieuwsgierig.
De lente kwam.
In Mei.
Boterblômmetje.
Och Heer!
’t Viooltje.
Brandneteltje.
Niet plukken.
’t Verflenste bloempje.
Verwelkte rozen.
De vlinder.
In de weî.
Lijsterbessen.
Nachtegaals-liedje.
’t Binnenst.
Klein spinnekopje.
Spinneweb.
De bijenkorf.
Ons poesje.
Lorretje.
Draaitol.
Hobbelpaard.
Luilekkerland.
Honger.
’t Een en ’t ander.
Vogelverschrikker.
Onpartijdig.
Een klein jokkentje.
Krachtig en zedig.
Schoudermanteltje.
Nieuwe klompjes.
Winter.
Broodkruimels.
In de kaars.
In ’t donker.
Twee schildwachts.
In den maneschijn.
Des avonds laat.
Sterretjes.
Ter ruste.
III.
Bij ’t ontwaken.
Vroeg op.
Morgenlied.
Leeuwrik.
Handjes wasschen.
Zamen.
Dauw.
Hebt gij ’t gehoord?
Al te vroeg.
Een prijs.
Vergeet-mij-nietje.
Vlasbloemetje.
Maandrozen.
Een woud-bloempje.
Gebroken.
Korenbloemen.
Korenären.
De kromme boom.
De wijnrank.
Bloemen en vogels.
Haantje.
De mieren.
Zoet en bitter.
Het doode mugje.
Glimworm.
Zwaantje.
Ooijevaar.
Een middagslaapje.
Doen en laten.
Zwemmen.
Regtop.
De langste dag.
Medicijn.
Voorzigtig.
Smakelijk eten.
Matig.
Van een aapje.
Duinlied.
Vaderlandsch lied.
Kloek en blank.
Volhouden.
Een vijand.
Treuzeltje.
Kringetjes in ’t water.
Beurtzang.
In tijds.
Sneeuwliedje.
De holle boom.
Vroeg verwelkt.
Winternacht.
I.
Le lever du soleil.
II.
Le printemps.
III.
Le nid d’oiseaux.
IV.
Le rossignol.
V.
Le petit lièvre.
VI.
Le clair de lune.
I.
Sonntag-morgen.
II.
Zur Schule.
III.
O Herr!
IV.
Der Bienenkorb.
V.
Schultermäntelchen.
VI.
Der Winter.
VII.
Brodkrümchen.
I.
On Awaking.
II.
Forget-Me-Not.
III.
The Flax-Flower.
IV.
A Wood-Flower.
V.
Flowers and Birds.
VI.
Cock-a-Doodle.
VII.
The Longest Day.
VIII.
Circles in the Water.
V.
I.
II.
III.
IV.
V.
VI.
VII.
VIII.
IX.
X.
XI.
XII.
XIII.
XIV.
XV.
XVI.
XVII.
XVIII.
XIX.
XX.
XXI.
XXII.
XXIII.
XXIV.
XXV.
XXVI.
XXVII.
XXVIII.
XXIX
XXX.
XXXI.
XXXII.
XXXIII.
XXXIV.
XXXV.
XXXVI.
XXXVII.
XXXVIII.
XXXIX.
XL.
XLI.
XLII.
XLIII.
XLIV.
XLV.
XLVI.
XLVII.
XLVIII.
XLIX.
L.
LI.
LII.
LIII.
LIV.
LV.
LVI.
LVII.
LVIII.
LIX.
LX.
LXI.
LXII.
LXIII.
LXIV.
LXV.
LXVI.
LXVII.
LXVIII.
LXIX.
LXX.
LXXI.
LXXII.
LXXIII.
LXXIV.
LXXV.
LXXVI.
LXXVII.
LXXVIII.
LXXIX.
LXXX.
LXXXI.
LXXXII.
LXXXIII.
LXXXIV.
LXXXV.
LXXXVI.
LXXXVII.
LXXXVIII.
LXXXIX.
XC.
XCI.
XCII.
XCIII.
XCIV.
XCV.
XCVI.
XCVII.
XCVIII.
XCIX.
C.
I.
Inhoudsopgave
1 Bladz.
2 Dageraad 3.
3 Morgenlied 4.
4 Weddenschap 5.
5 Zons-opgang 6.
6 *Winterkoning 7.
7 *Schoolexamen 8.
8 Voorjaarsdag 9.
9 Voorjaarskoelte 10.
10 Van zeven kikkertjes 11.
11 Lentelied 12.
12 *Meimaand 13.
13 Mei-regen 14.
14 *Groen takje 15.
15 Onkruid 16.
16 Bloemkweeken 17.
17 Klimop 18.
18 Appelboom 19.
19 Grazen 20.
20 Kersentijd 21.
21 Kersenplukken 22.
22 Vogelnestje 23.
23 *Jonge vogeltjes 24.
24 Vogelen-lied 25.
25 Duifje 26.
26 Roodborstje 27.
27 Nachtegaal 28.
28 In ’t bosch 29.
29 Wensch 30.
30 Honigbijen 31.
31 ’t Verdwaalde lam 32.
32 De Herder 33.
33 *Kleeding 34.
34 *Geärmd 35.
35 De kleine bedelaarster 36.
36 *Van Glas 37.
37 *Nemen en geven 38.
38 Vlieger oplaten 39.
39 Blindemannetje 40.
40 Onze manieren 41.
41 Voor de smidse 42.
42 Haasje 43.
43 ’t Jagertje 44.
44 *October 45.
45 Sint-Nicolaas 46.
46 Sneeuwballen 47.
47 Winteravond 48.
48 Naar bed 49.
49 Maneschijn 50.
50 Avondbede 51.
51 Engelen 52.
II.
Inhoudsopgave
1 Ochtenddank 55.
2 Zondag-morgen 56.
3 Meesters verjaardag 57.
4 Des morgens vroeg 58.
5 Naar school 59.
6 *Kis-kassen 60.
7 Klein zusje 61.
8 Stukjes-draaijen 62.
9 Opgepast 63.
10 *Kerk-examen 64.
11 *Nieuwsgierig 65.
12 *De lente kwam 66.
13 In Mei 68.
14 Boterblômmetje 69.
15 Och Heer! 70.
16 ’t Viooltje 71.
17 Brandneteltje 72.
18 *Niet plukken 73.
19 ’t Verflenste bloempje 75.
20 Verwelkte rozen 76.
21 De vlinder 77.
22 In de weî 78.
23 Lijsterbessen 79.
24 Nachtegaals-liedje 80.
25 *’t Binnenst 81.
26 Klein spinnekopje 82.
27 Spinneweb 83.
28 De bijenkorf 84.
29 Ons poesje 85.
30 Lorretje 86.
31 Draaitol 87.
32 Hobbelpaard 88.
33 Luilekkerland 89.
34 Honger 90.
35 *’t Een en ’t ander 91.
36 Vogelverschrikker 92.
37 Onpartijdig 93.
38 Een klein jokkentje 94.
39 *Krachtig en zedig 95.
40 Schoudermanteltje 96.
41 Nieuwe klompjes 97.
42 Winter 98.
43 Broodkruimels 99.
44 In de kaars 100.
45 In ’t donker 101.
46 *Twee schildwachts 102.
47 In den maneschijn 103.
48 Des avonds laat 105.
49 *Sterretjes 107.
50 Ter ruste 108.
III.
Inhoudsopgave
1 Bij ’t ontwaken 111.
2 Vroeg op 112.
3 *Morgenlied 113.
4 Leeuwrik 114.
5 Handjes wasschen 115.
6 Zamen 116.
7 Dauw 117.
8 Hebt gij ’t gehoord? 118.
9 Al te vroeg 119.
10 *Een prijs 120.
11 Vergeet-mij-nietje 121.
12 Vlasbloemetje 122.
13 Maandrozen 124.
14 Een woud-bloempje 125.
15 Gebroken 127.
16 Korenbloemen 128.
17 Korenären 129.
18 De kromme boom 130.
19 De wijnrank 131.
20 Bloemen en vogels 132.
21 Haantje 133.
22 De mieren 134.
23 Zoet en bitter 135.
24 Het doode mugje 136.
25 Glimworm 137.
26 Zwaantje 139.
27 Ooijevaar 140.
28 *Een middagslaapje 142.
29 *Doen en laten 143.
30 *Zwemmen 144.
31 *Regtop 145.
32 De langste dag 146.
33 Medicijn 148.
34 Voorzigtig 149.
35 Smakelijk eten 150.
36 Matig 151.
37 Van een aapje 152.
38 Duinlied 153.
39 Vaderlandsch lied 154.
40 *Kloek en blank 155.
41 Volhouden 157.
42 *Een vijand 158.
43 Treuzeltje 159.
44 Kringetjes in ’t water 161.
45 *Beurtzang 162.
46 *In tijds 164.
47 Sneeuwliedje 165.
48 De holle boom 167.
49 *Vroeg verwelkt 169.
50 *Winternacht 170.
IV.
Inhoudsopgave
1 *Le lever du soleil 171.
2 *Le printemps 173.
3 *Le nid d’oiseaux 174.
4 *Le rossignol. 175.
5 *Le petit lièvre 176.
6 *Le clair de lune 177.
7 *Sonntag-morgen 178.
8 *Zur Schule 179.
9 *O Herr! 181.
10 *Der Bienenkorb 182.
11 *Schultermäntelchen 184.
12 *Der Winter 185.
13 *Brodkrümchen 187.
14 *On Awaking 188.
15 *Forget-Me-Not 190.
16 *The Flax-Flower 191.
17 *A Wood-Flower 193.
18 *Flowers and Birds 195.
19 *Cock-a-Doodle 197.
20 *The Longest Day 199.
21 *Circles in the Water 201.
V.
Inhoudsopgave
1 Honderd spreuken 205.
1 Al de versjes, die zulk een sterretje vóór zich hebben, zijn hier voor de éérste maal gedrukt en stonden dus niet in de vroeger uitgegeven Bundels.
I.
Inhoudsopgave
Dageraad.
Inhoudsopgave
Wel zoo! gij schoone dageraad!
Wat zeggen ons de liên,
Komt gij met rozen in uw’ mond?
Dat mogt ik weleens zien!
En plukt gij ieder’ knaap of maagd,
Die langer slaapt dan gij,
Een roosje van de volle wang
Wanneer ge gaat voorbij?
En geeft gij ieder’ knaap of maagd,
Die korter slaapt dan gij,
Twee roosjes uit uw rijken schat
Wanneer ge gaat voorbij?—
Op, kinders! op, het schemert al,
Daar komt de Dageraad!—
Hij houdt wel veel van bleek te zien,
Die nu niet op en staat!
Morgenlied.
Inhoudsopgave
Kinderkens! ’t is uchtend!
Komt ter slaapsteê uit!
Hoort! de voglen zingen
Reeds met zoet geluid.
’t Haantje roept u wakker,
Hoort! hij kraait uw’ naam,
En de boomtak tikt u
Tegen ’t vensterraam.
Langer niet geslapen!
Doopt uw hoofd in ’t nat,
Dat het frissche water
Om uwe ooren spatt’:
Veel moet nog begonnen,
Veel is nog te doen;
Kinderkens! wordt wakker;
Al te ras is ’t Noen!1
1 Noen: middag.
Weddenschap.
Inhoudsopgave
Ei roosje! kijk eens uit uw’ knop,
Of ’t niet haast dag zal wezen!
Kom, steek uw kopje veilig op,
Ge hebt geen leed te vreezen;
Of ziet ge mij niet voor u staan,
Met al mijn beste kleêrtjes aan?
Had Moeder gistren niet gewed,
Dat gij al lang zoudt prijken,
Eer ik, nog domlend in het bed,
Uit mijn gordijn zou kijken!—
Ei, sliep uit! ’k ben al lang gekleed,
En gij zijt nog niet half gereed!
Maar ’k ben ook vroeg naar bed gegaan:
Daar zal het wel van komen,
Dat ik het eerst nu op kon staan,
En gij nog staat te droomen:—
Och, Moederlief! och zeg me noû,
Wie dacht u, dat het winnen zoû?
Zons-opgang.
Inhoudsopgave
Och! ’t is wel aardig in mijn’ tuin
Als ’s morgens vroeg de zon opgaat,
Maar ’k woon zoo midden in een straat,
Zoo tusschen muren, grijs en bruin:—
Doch, naar ik gistren heb gelezen
En zoo mij Moeder heeft verteld,
Daarbuiten, in het vrije veld,
Dáár, kindren! moet dat heerlijk wezen.
Dan, zeî ze, is eerst de lucht nog graauw
En hier en daar blinkt nog een ster,
Maar langzaam schemert er van verr’
Wat rozenrood en hemelsblaauw;
Dan ziet men witte wolkjes dwalen,
Doortrokken met een purpren tint;
Dan komt, als waar’ ’t een koningskind,
De zon, met al haar gouden stralen.—
Zie! ’t is wel aardig in mijn’ tuin
Als ’s morgens vroeg de zon opgaat,
Maar ’k woon zoo midden in een straat,
Zoo tusschen muren, grijs en bruin:—
Och! wie dat buiten mogt aanschouwen,
Die knielde vast van blijdschap neêr,
En zou voor onzen Lieven Heer
Wel duizendmaal zijn handjes vouwen.
Winterkoning.
Inhoudsopgave
Hoe grijs van haar, hoe wit van baard,
Waart gij, o Winterkoning!
Wij hebben bang op u gestaard,
Al kleumend aan den killen haard
In onze leege woning!
Wat was het eten vreeslijk duur,
Wat was het drinken schraaltjes;
Wat was het buiten bitter guur,
Wat was er binnen weinig vuur,
Wat was de plunje kaaltjes.
Welop dan, hartjes! weest nu blij,
En zingt eens uit den treuren!
Daar is het zoele jaargetij
Met duizend bloempjes, rij aan rij,
Met kleuren en met geuren.
Gij kwaamt alweêr dien Winter door
En ziet weêr de Aard zich tooijen:
Dankt God er voor, in juichend koor...
En—zoo ook stem en hart bevroor,
Zij zullen wel ontdooijen!
